Telefoon: 06-10187245

Mail: info@dietistcaroline.nl

Locaties: Leiden, Oegstgeest, Leidschendam en Rijswijk

Nov 11

Workshop Mindfulness en Voeding

Op vrijdag 28 november a.s. organiseer ik de workshop “Mindfulness & Voeding” van 18:30-21:00, dit doe ik samen met een mindfulness trainer.

Heeft u interesse of kent u iemand die hier misschien interesse in heeft?

Wilt u gewoon meer weten over mindfulness of zich direct aanmelden, dan kunt u;
– mij bellen op 06-10187245,
– mailen kan naar info@dietistcaroline.nl of
– een bericht achterlaten op de site hier.

De flyer is hier te downloaden: Mindfulness & Voeding flyer

Nov 2

Gezond, gemakkelijk, lekker

Veel patiënten komen naar me toe en blijken het moeilijk te vinden om voeding die ze al jaren tot zich nemen te laten staan. Toch is dat noodzakelijk, omdat deze keuzes bijvoorbeeld te energierijk is om succesvol af te kunnen vallen; het kan dat de cliënt met diens oude voedingpatroon simpelweg niet de gewenste resultaten zal bereiken, zoals het verlagen van bloedsuiker bij diabetes. Een belangrijke reden waarom patiënten het lastig vinden om een voedingspatroon te doorbreken, is dat ze nog geen goede vervanger voor het betreffende product  kennen. Een goede vervanger moet natuurlijk aan een aantal eisen voldoen;

  • Allereerst moet de keuze minder energierijk zijn, i.e. er moeten minder calorieën in zitten.
  • Vervolgens moet de keuze goed beschikbaar en praktisch zijn; aanwezig in buurtsupers, betaalbaar en niet al te moeilijk klaar te maken (vooral qua tijd, mensen hebben een druk leven).
  • Tenslotte, maar niet minder belangrijk, eten moet wel lekker zijn.

lekker-snel-makkelijk

Kortom: gezonder, gemakkelijk aan te schaffen en lekker. De laatste 15 jaar hebben we een enorme toename in nieuwe voeding vanuit andere landen kunnen zien in de supermarkten, opkomst van kookprogramma’s, internetsites met foodies en receptenverzamelingen, en allerlei etnische speciaalzaken/toko’s die ervoor zorgen dat heel veel voeding verkrijgbaar is. Er is heel veel, alleen is het niet altijd duidelijk wat er is, wat gezond is en wat — en daar gaat het hier om — een beter alternatief is.

Limonade/fris/sappen –> water

Mensen hebben de gewoonte om bij dorst direct te grijpen naar limonade, frisdrank of fruitsappen. Veel beter is, vooral bij dorst, om eerst een paar glazen water te drinken. Het gaat uw lichaam dan vooral om te hydrateren, niet om smaak. Heeft u daarna nog steeds zin in een drankje met een sapje, dan kan dat best. Maar wel met mate! 🙂

Suiker –> zoetstof

Vervang suiker door zoetstoffen, een slimme manier om de zoete smaak te behouden, maar het energierijke suiker te mijden. Wie producten met aspartaam niet vertrouwt, kan tegenwoordig ook de plantaardige Stevia gebruiken als alternatief. Dit is vrijwel overal te verkrijgen. Er zijn natuurlijk tal van meerdere mogelijkheden om suiker te vervangen met alternatieven.

Aardappel –> zoete aardappel

Aardappelen maken deel uit van typisch Nederlandse maaltijden, in vele vormen; stamppotten, gepureerd, gebakken, gekookt of gefrituurd. Toch is het niet verstandig om veel aardappelen te eten als afvallen het doel is, aardappelen zijn erg energierijk. Een goed alternatief is om zoete aardappel te nemen; zoete aardappel kan op vele manieren worden klaargemaakt en op tal van sites staan er goede, slimme recepten om van zoete aardappel puree of friet te maken. Let wel: ook zoete aardappel is energierijk, dus met mate, maar het is een stuk minder energierijk dan de ‘gewone’ aardappel.

Vlees –> vis

Veel recepten schrijven standaard voor om kip of gehakt door de wok, pasta, rijst of curry te mengen. Vis kan net zo goed. Doe in plaats van kip of gewoon eens zalm- of pangasiusfilet door de rijst of pasta. Zo heeft u een uitstekende maaltijd. Bij curry’s en wokmaaltijden waar alle ingrediënten samensmelten, is vis een zeer geschikt alternatief.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Wil je meer weten?

Dan kun je het beste contact opnemen met een diëtist.

Oct 31

Pas op met superfoods

Het kritische programma “De Keuringsdienst van Waarde” zond deze week een interessante en nuttige (en grappige!) aflevering (klik voor uitzending, helaas geen embedded video) uit waarbij ze stil stonden bij het fenomeen “superfoods”. In het programma kwam al snel naar voren dat het begrip superfood voornamelijk een marketingstunt is en dat veel superfoods al jaren in Nederland te vinden zijn; goji-bessen groeien gewoon in Nederland, chia-zaad is van origine kippenvoer om omega-3 vetzuur in eieren te verhogen (maar te duur werd bevonden — wat opmerkelijk is, aangezien het destijds vele malen goedkoper was) en er is absoluut geen wetenschappelijke onderbouwing dat tarwegras rijk is aan buitengewone voedingsbronnen.

Kortom: als je je goed voelt door superfoods, prima, maar laat je vooral niets wijs maken over hoge prijzen als gevolg van import uit exotische locaties of uitzonderlijke verbetering van je gezondheid. Voor gezonde voeding kun je terecht op de website van het voedingscentrum.

Of je maakt gewoon een afspraak met de diëtist! 🙂

May 12

Foodfulness

Foodfulness in 7 steps from Foodfulness on Vimeo.

Nov 1

Nationaal Schoolontbijt in opspraak

Mooi evenement, maar nuttig?

Het Nationaal Schoolontbijt is een evenement dat veel mensen aanspreekt. Scholen, burgemeesters, Tweede Kamerleden en zelfs het Koninklijk Huis, ze helpen kinderen graag aan een goed ontbijt. Logisch, want het idee heeft postgevat dat heel veel kinderen ‘s morgens zonder ontbijt de deur uitgaan.Maar dat blijkt mee te vallen: 4 tot 7 procent van alle kinderen ontbijt niet, de rest wel. De organisatie van het Nationaal Schoolontbijt gebruikt andere cijfers en stelt dat één op de zes kinderen wel eens niet ontbijt. Foodwatch vindt goed en gezond eten voor kinderen ontzettend belangrijk. Immers, in Nederland is één op elke zeven kinderen te dik. Zet je veertig kinderen bij elkaar (zo’n anderhalve schoolklas) dan lijdt gemiddeld één van hen aan obesitas of ernstig overgewicht. Alle reden dus om kinderen zo jong mogelijk een gezond eetgedrag aan te leren. Want ben je als kind te dik, dan is de kans groot dat je als volwassene ook te zwaar bent. En hoe ouder we worden, hoe groter de gewichtproblemen: 41 procent van alle Nederlanders kampt met matig of ernstig overgewicht.

 

Waar is het fruit?

De hoofdboodschap van het Nationaal Schoolontbijt is: ontbijt met brood. Niet gek misschien, want de organisator is het Voorlichtingsbureau Brood. Maar is dit ook de boodschap die kinderen en hun ouders nodig hebben? Nee, constateert foodwatch. Veel kinderen ontbijten wel met brood. Maar slechts 8 procent van alle basisschoolleerlingen krijgt genoeg groente binnen en niet meer dan 28 procent eet voldoende fruit. Waarom staan er dan geen banaantjes, mandarijntjes of tomaatjes op de tafels? Juist daarom gooit foodwatch de knuppel in het populaire hoenderhok: het Nationaal Schoolontbijt biedt geen goed en gezond ontbijt. Wat zit er in het feestelijk gepresenteerde ontbijtpakket? Zie de tabel hieronder.

Vergelijk je die inhoud met een goed ontbijt zoals dat op de website van de organisatie zelf staat, dan valt dit op:
– hagelslag hoort niet bij een goed ontbijt volgens de organisatie, maar staat wel prominent op alle schoolontbijttafels
– de (veel te zoute) ERU smeerkaas staat niet in het lijstje voor een goed ontbijt, maar zit wel in viervoud in het ontbijtpakket
– vers fruit of vruchtensap, beveelt de organisatie aan – maar dit is in het pakket vervangen door een pakje Appelsientje, die maar voor de helft meetelt voor de fruitinname. Er wordt door de grote hoeveelheid suiker aangeraden om niet te vaak sinaasappelsap te drinken.

De ‘educatieve bijdrage’ van voedselbedrijven bestaat dan ook vooral uit de promotie van te vette, te zoete en te zoute kinderproducten die oranje of rood scoren in het verkeerslichtsysteem. Zij stimuleren of bieden niet de groente en het fruit dat kinderen zo hard nodig hebben.

Lees meer hier

Bovenstaand artikel komt van Foodwatch

Aug 29

Ongezond eten: Maak de beste keuze!

Technologieën om de gehaltes aan zout, suiker en vet in voedingsmiddelen te verminderen, hebben alleen kans van slagen als de consument zelf zijn keuzegedrag en voedingsinname verandert en voor producten kiest die ‘minder’ smaken. Dat zegt Jean-Michel Lecerf, hoofd van de afdeling Nutrion aan het Institut Pasteur de Lille, tegen youris.com. Bovendien moeten de overheden zich blijven inzetten voor preventie van voedingsgerelateerde ziekten. Hij reageert daarmee op de doelen van het Europese onderzoekproject TeRiFiQ, om de hoeveelheid zout, suiker en vet in verwerkte voedingsmiddelen te reduceren.

Maskering nodig

De industrie staat namelijk voor dilemma’s. Minder zout, suiker en vet in voedingsmiddelen hebben vaak als neveneffect dat de smaak en geur van de producten achteruit gaan. Hierdoor zijn maskerende middelen nodig die het geheel weer minder natuhttp://www.weightlosedietpills.org/wp-content/uploads/2011/04/Salty-Snacks.jpgurlijk maken. Dat zegt José Manuel Barat Baviera, hoofd van de afdeling voedingstechnologie van de Polytechnische universiteit van Valencia, en een van de onderzoekers, verbonden aan TeRiFiQ. De uitdaging is om de technologische haalbaarheid van minder zout vet en suiker in producten te vinden, terwijl de sensorische en nutritionele eigenschapen behouden blijven. Zout is een smaakversterker, vet geeft een romig mondgevoel en versterkt smaakstoffen terwijl de zoete smaak consumenten een directe genotsensatie geeft.

Zintuigen bedriegen

Gekeken wordt onder meer naar het bedriegen via de zintuigen. Zo is er een techniek om zoutpoeder zeer dun en gelijkmatig over het oppervlak van chips te spuiten, zodat het smaakeffect hetzelfde is, maar met het gebruik van minder zout. Bij vet is er de techniek cryokristallisatie, waarbij bevroren vet in het product wordt gespoten voor een gelijkmatige verdeling, maar dit blijkt in de praktijk niet te werken omdat het vet na een tijdje uit het product loopt. Ook is het relatief duur. Voor suiker zal onder meer suikervervanger stevia worden geëvalueerd.

Sensorische perceptie verandert

“Omdat zout reageert op aroma’s, leidt vervanging van de stof door andere stoffen ertoe, dat de sensorische perceptie van het product verandert”, zegt Barat Baviera. “Dus is het heel lastig om de oorspronkelijke smaak van het product te behouden.”

Lees verder op EVMI (klik hier)

Aug 13

Vaker overgewicht jongeren in huishoudens met een lager inkomen

Ongeveer 15 procent van de jongeren (2 tot 25 jaar) kampt met overgewicht. Toch vinden bijna alle jongeren dat ze in goede gezondheid verkeren. Jongeren in huishoudens met een lager inkomen hebben vaker overgewicht en gaan vaker naar de huisarts dan jongeren in de hoogste inkomensgroep.

Meer overgewicht in lage inkomensklasse

In 2010/2012 had 15 procent van de kinderen en jongeren tussen 2 en 25 jaar overgewicht. Bij 3 procent was sprake van ernstig overgewicht. Naarmate het inkomen in het huishouden lager is, neemt het aandeel met overgewicht toe. Zo heeft 19 procent van de jongeren in een huishouden in de laagste inkomensgroep overgewicht, tegenover 11 procent van de 2- tot 25-jarigen in de hoogste inkomensgroep. Ernstig overgewicht komt onder jongeren in de laagste inkomensklasse drie keer zo vaak voor als onder leeftijdsgenoten in de hoogste inkomensklasse.

Jongeren uit hoge inkomensklasse iets vaker positief over hun gezondheid

Van de jongeren (0 tot 25 jaar) beoordeelt 93 procent hun gezondheid als goed of zeer goed. Jongeren in huishoudens met een lager inkomen geven iets minder dikwijls aan een goede gezondheid te hebben dan jongeren uit huishoudens met een hoog inkomen.

Lees meer over jongeren en gezondheid via CBS Webmagazine 7-8-2013

Aug 1

Merendeel van kleuters met overgewicht is jaren later nog steeds te dik

Kleuters met extreem overgewicht blijken jaren later vaak nog steeds te zwaar. Dit geldt vooral voor kinderen uit sociaaleconomisch achtergestelde gezinnen. Zij hebben een vier maal hogere kans op continu overgewicht dan kinderen met een betere sociaaleconomische achtergrond. Dit concludeert psycholoog Pauline Jansen, die met NWO-financiering een jaar onderzoek deed aan het Murdoch Children’s Research Institute in Melbourne, Australië. Ze publiceerde hierover op 23 juli in het open-accesstijdschrift PLOS ONE.

Pauline Jansen toont in haar onderzoek aan dat in de kindertijd de basis wordt gelegd voor (sociaaleconomische verschillen in) overgewicht, waar op volwassen leeftijd vaak nog sprake van is. De onderzoeker pleit er daarom voor om overgewicht bij kinderen, met name uit sociaaleconomisch achtergestelde gezinnen, in een zo vroeg mogelijk stadium aan te pakken.

De onderzoeksresultaten komen voort uit langlopend onderzoek onder bijna 5000 Australische kinderen, die zijn onderzocht op vier-, zes-, acht- en tienjarige leeftijd. Hieruit bleek dat ongeveer een op de vijf kleuters overgewicht had; het merendeel (84%) hiervan was zes jaar later nog steeds te zwaar. Hoe lager de sociaaleconomische positie van het gezin, des te hoger het gewicht van het kind. Kinderen van ouders met een laag inkomen of opleidingsniveau, hebben een tot vier keer hogere kans op chronische obesitas dan kinderen van ouders met een hoog inkomen of opleidingsniveau. Sociaaleconomische kenmerken van de buurt waarin gezinnen wonen, zoals gemiddeld werkloosheidsgehalte en de mate van auto- en huizenbezit, hebben minder effect op het gewicht.
Gewichtstoename remmen

Een klein deel van de te zware kleuters (16%) had op 10-jarige leeftijd niet langer overgewicht. Jansen: ‘Blijkbaar zijn er kinderen die hun gewichtstoename kunnen afremmen en daardoor niet langer overgewicht hebben. Mogelijk spelen genetische factoren een rol hierbij, maar het kan ook zijn dat een verandering in leefstijl leidt tot een normaal gewicht.’ Vervolgonderzoek dient te achterhalen welke kenmerken of gedragingen bijdragen aan een blijvende afname van gewicht op jonge leeftijd, zodat deze informatie benut kan worden voor de behandeling van te zware kinderen.

De onderzoeker verwacht dat de onderzoeksresultaten tevens van toepassing zijn op andere Westerse landen, zoals Nederland. Het onderzoeksartikel is gratis online te raadplegen via de website van PLOS ONE.

Emotionele problemen

In een ander onderzoeksartikel, dat onlangs verscheen in het International Journal of Obesity, onderzocht de psychologe de samenhang tussen overgewicht en psychische problemen van kinderen. Het verband tussen gewicht en psychische gezondheid bij de 5000 onderzochte kinderen bleek pas rond het 8e-9e levensjaar te ontstaan, waarbij overgewicht vooral tot emotionele problemen en problematische relaties met leeftijdsgenoten leidt. Omgekeerd zijn deze problemen nauwelijks een oorzaak van overgewicht. Het tijdig behandelen van overgewicht en het handhaven van een gezond gewicht verlaagt niet alleen het risico op latere gezondheidsproblemen, maar heeft dus mogelijk ook een gunstig effect op het psychische welzijn van kinderen.

Pauline Jansen verrichtte haar onderzoek met een Rubicon-financiering van NWO en is momenteel als onderzoeker verbonden aan het Erasmus MC.

Lees verder op website van NWO